­

Vereniging Westenschouwens Welvaren

meerminlogoklein

vlag100

De eerste zomerhuizen in Westenschouwen 1918-1943 door Edzard F.G.M. Gelderman


Aan het begin van de twintigste eeuw was Westenschouwen nog vrijwel - om in bijbelse termen te spreken - ‘woest en ledig’.
De oude glorie van de gelijknamige havenplaats was al lang vervlogen.
De haven, van waaruit haring werd gevangen en handel werd gedreven met de Oostzeelanden, Engeland, Schotland,
Frankrijk en Spanje, verzandde rond het eind van de 15e eeuw. De handeldrijvende inwoners vertrokken om elders hun geluk te
beproeven, de huizen en de kerk werden van lieverlee afgebroken, de kerktoren tot slot in 1845. Een klein aantal inwoners,
boeren en arbeiders, resteerde. In 1816 werd de zelfstandige gemeente Westenschouwen wegens zijn geringe omvang samengevoegd
met de gemeente Burgh. Rond 1900 bestond de bebouwing van Westenschouwen in hoofdzaak uit boerderijen:
Hoeve Duinoord aan de Steenweg, Toledo’s hoeve aan de Westenschouwenseweg, Van Zuijenshoeve en de hoeve Abelen aan de Lageweg.
Op het ‘groentje’ bevonden zich het oude rechthuis, dat in 1805 door het Armbestuur van Westenschouwen van de ambachtsheer
mr. W.C. de Crane was gekocht, en een aantal andere antieke huisjes. Om het minuscule Westenschouwen heen lagen in het begin
van de 20e eeuw slechts landbouwgrond en de overweldigende natuur van de duinen, het strand en de zee.  
Wie had daar oog voor en zou er willen verblijven? De locale bewoners zagen er vooral een agrarische bron van inkomsten in
en zullen er met ontzag God- en zeevrezend mee hebben geleefd.   


 

Rond de eeuwwisseling naar de twintigste eeuw deed zich in Europa een ontwikkeling voor die ertoe leidde dat de mens zich meer en meer bewust werd,   
van de natuur om zich heen en van de betekenis daarvan voor zijn dagelijks leven.
Meer en meer koesterde men een ideaalbeeld van het gezonde buitenleven.
Aandacht voor de schoonheid en weldadige rust van de stille natuur groeide vooral aan het einde van de 19e eeuw,
zoals de historica Ileen Montijn beschrijft in haar boek Naar Buiten! Het verlangen naar landelijkheid in de negentiende en twintigste eeuw uit 2002.
In vroeger tijden kon vooral een select gezelschap zich permitteren de natuur in te trekken door op jacht te gaan of met een rijtuigje wat te gaan spelevaren.
Gefortuneerden bouwden vooral in de 17e en 18e eeuw fraaie buitenplaatsen voor ‘s-zomers verblijf en richtten elegante tuinen in buiten de stad. Op Schouwen is Schuddebeurs een goed voorbeeld: het Arkadië van Zierikzee. Nu ontstond in steeds bredere kring een verlangen de drukte en benauwdheid van de stad te ontvluchten en naar buiten te gaan, de rust en de stilte van het platteland op te zoeken.
Meer en meer realiseerde men zich dat het leven in de drukke en vaak onhygiënische  stad, opgesloten als deze lag in zijn nutteloos geworden stadswallen, slecht was voor de gezondheid. Het leven in de stad was gejaagd, oppervlakkig en moreel riskant. Het was nodig eruit te trekken, de frisse lucht in. De nutteloos geworden stadsmuren werden geslecht en de stadwallen werden tot frisse, groene stadsparken omgevormd. Deze parken kregen nieuwe namen, zoals in Zierikzee: het Slingerbos en de Wandeling. Degene die het zich kon veroorloven trok ook verder naar buiten om in de natuur te gaan wonen. Deze tendens leidde ook tot veranderingen van wooncultuur. In de natuur gelegen villawijken en tuindorpen werden ontworpen. Landelijk gelegen buitenhuizen verrezen her en der. Zo ook in Westenschouwen.     
De trek naar buiten werd door toenemende mobiliteit ook steeds gemakkelijker. De trein, de tram, de omnibus, ook vanaf ongeveer 1867 de fiets en vervolgens vanaf rond 1900 de auto maakten het buitengebied voor steeds meer mensen bereikbaar. De auto verscheen rond de eeuwwisseling op het eiland. In 1915 werd door de Rotterdamse Tramweg Maatschappij (R.T.M.) een tramlijn tot aan Burgh ingericht en in 1933 kwam er zelfs een vliegverbinding Rotterdam-Haamstede-Vlissingen-Knokke-Heyst tot stand. Bezoekers kwamen er in steeds groter getale. In Zierikzee werd in 1895 de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer opgericht die zich ten doel stelde toeristen naar het eiland te trekken en hen de ogen te openen voor de schoonheid van de bollenvelden bij Haamstede en de duinen van Westenschouwen. Fietstochten werden georganiseerd naar de Westhoek.De liefde voor het buitenleven werd ook versterkt door de toenemende aandacht voor de zorg waarmee men met de natuur diende om te gaan. Rond 1900 was naast een ‘biologisch reveil’ en de toeristische ontdekking ook de belangstelling voor de volkscultuur groeiende voor dorpen, oude boerderijen en klederdrachten. Een reeks van publicaties verscheen over het Nederlandse natuur-, landschaps- en stedenschoon. Hiermee nam ook de belangstelling voor een nieuwe manier van leven toe met oog voor ambachtelijke authenticiteit en hang naar de natuur. Dit kwam tot uiting in een nieuwe vormentaal, de Jugendstil of art nouveau, die werd gekenmerkt door een optimistisch wereldbeeld en geloof in de toekomst, een voorliefde voor het gebruik van nieuwe, moderne technieken (in de architectuur bijvoorbeeld grote glasoppervlakken), een afkeer van symmetrie en een voorkeur voor een aan de natuur ontleende ornamentiek, waarbij bloem- en vogelmotieven domineren. In Engeland ontstond aan het eind van de 19e eeuw, de zogenaamde 'Arts and Crafts movement'. Deze beweging, door John Ruskin en later vooral door William Morris gepropageerd, wilde een hervorming bewerkstelligen door weer over te gaan op ambachtelijke vervaardiging. De ‘back to the basics’ ideeën van de Arts en Craftsbeweging werden overgenomen op het Europese continent en in Amerika en beïnvloedden ook een op natuurlijkheid afgestemde smaak en wooncultuur, die in toenemende mate aandacht kreeg. In Engeland verschenen invloedrijke beroemd geworden tijdschriften The Studio en Countrylife. In Nederland vielen de berichten over de artistieke vernieuwingen en de bloei van de landhuisbouw in Engeland in goede aarde. In 1898 werd een Arts & Crafts winkel in Den Haag geopend. In 1902 verwierf de stoffen- en couturezaak Metz & Co te Amsterdam het recht om in Nederland de Engelse firma Liberty te vertegenwoordigen. De Nederlanders, vanouds meer georiënteerd op Frankrijk en Duitsland, neigden steeds meer naar de zoveel meer ontspannen, vlottere Engelse easy way of life. In Nederland verschenen in dezelfde geest tijdschriften als Buiten. Geïllustreerd Weekblad aan het Buitenleven gewijd (1907),  Het Landhuis (1932-1939) en Het Huis (1903), waarin onder meer veel aandacht werd besteed aan vooral landelijke architectuur. Huizen omgeven door de ongerepte natuur, bedoeld als ‘refugium’, verblijf voor de jacht en als zomerverblijf. Men werd steeds meer geïnteresseerd in de oude, oorspronkelijke boerderijvormen. In het tijdschrift Buiten werd vanaf het begin ook over cottages gesproken: het Engelse voorbeeld van eenvoudige romantisch in de vrije natuur gelegen kleine buitenhuisjes. Huizen van een inheems-landelijk type. De Nederlandse architect Herman van der Kloot Meyburg (1875-1961) pleitte ervoor dat ‘men zich zou moeten laten inspireren en in onze landhuizen die rust, dat stemmingsvolle en bekoorlijke leggen dat deze primitieve boerenwoningen zo aantrekkelijk maakt.’ In de loop der tijd werden zomerhuizen populairder. Over het algemeen waren de buitenhuizen relatief sober, eenvoudiger en goedkoper van opzet en minder comfortabel dan het woonhuis. Men verbleef er immers alleen ‘s-zomers, dan is men veel buiten. Lichtheid, openheid, ruimte en verbinding met de vrije natuur waren kernwoorden.


 


Nieuwe gezichten
Tegen deze achtergrond kwam ook in Westenschouwen een bescheiden ontwikkeling van zomerhuizen in de duinen op gang. In de kleine besloten gemeenschap kwam aan het begin van de 20e  eeuw langzaam maar zeker verandering door de komst van enkele vaste gasten. Tot de eersten behoorden de jonge Zierikzeese bankdirecteur Edzard Jacob Gelderman en zijn echtgenote Johanna Maria de Crane, die er in 1918 hun jachthuis De Houtsnip bouwden. Schoonvader Pieter Paul de Crane was ambachtsheer van Westenschouwen, hetgeen de band met dit verstilde oord verklaarde. Edzard Jacob was jarenlang onder meer voorzitter van de Zierikzeese VVV en enthousiast animator van toerisme op het eiland. Ook de Vlaamse kunstschilder Alfons Blomme bracht in die tijd nieuw leven in de brouwerij met zijn houten zomerhuis De Abeelen. In 1920 verschenen weer nieuwe vaste gasten. De twee antieke huizen aan de huidige Westenschouwenseweg, het linker thans met de gevelsteen “Dit is in de voorsienigheyt” en het rechter met de naam De Alikruuk , oorspronkelijk arbeiderswoningen, werden in 1920 tot zomerhuizen ingericht. Zij werden gekocht door respectievelijk (links) de Haarlemse kunstschilder Waalko Jans Dingemans sr. met zijn echtgenote de kunstschilderes Henriëtte Gezina Numans en (rechts) dr. P.J. de Gaay Fortman, leraar plant- en dierkunde en cosmographie aan de Christelijke HBS in ‘s-Gravenhage, die op huwelijksreis met zijn kersverse echtgenote Rigtje Höweler in Haamstede verbleef en voor de betovering van het stille Westenschouwen viel. Ook deze families hebben er in zekere zin wortel geschoten en verblijven er in vierde generatie tot op de dag van vandaag. Het kunstschildersechtpaar Dingemans-Numans gebruikte hun zomerverblijf vele jaren tevens als schildersatelier. Hun zoons Frans, Pieter en Waalko Jans jr. traden in de artistieke voetsporen van hun ouders. Frans en Pieter werden beiden architect en lieten ook op Schouwen hun sporen na. Waalko Jans jr. zou als kunstschilder bekendheid verwerven en op de Westenschouwenseweg voet aan de grond houden. Met de komst van deze nieuwe inwoners met hun gasten raakte Westenschouwen meer en meer in beeld als een ideale plaats voor recreatie. Dit leidde in de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw tot de bouw van verschillende zomerwoningen in de duinen van Westenschouwen, ontworpen naar de smaak van die dagen. Veruit de meeste van deze zomerhuizen in Westenschouwen werden door locale aannemers gebouwd. Dat lag voor de hand, mede omdat Schouwen-Duiveland als eiland slecht bereikbaar was. Soms voor eigen rekening, maar meestal in opdracht bouwden de metselaar Karel Lemsom (1877-1957), de timmerman Piet Romeijn (1872-1941) en de aannemerij Bijkerk-Steur, allemaal te Burgh en de timmerman Willem Gilijamse (1895-1983) te Haamstede veel van deze huizen. Karel Lemsom werd ook wel ‘Kareltje Zand’ genoemd, omdat hij met de specie wat sjoemelde: hij gebruikte liever het op de bouwplaats gratis op te scheppen duinzand, dat voor de bouw minder geschikt was, in plaats van scherp (rivier-)zand, dat met zijn grote hoekige korrels voor metselspecie een ideaal bestanddeel is.


 

De ontwerpers.
De ontwerpen kwamen veelal van bouwkundigen of van architecten uit de kennissenkring van de opdrachtgevers. We zien ontwerpen van Zierikzeese bouwkundigen als J.J. Wesseling jr., G. Poldermans, A.J. Ilcken, en de ‘Hollandse’ architecten G. Knuttel jr., J. Limburg, R.C. Versteeg en vooral Frans J.C. Dingemans. Soms waren de ontwerpen eenvoudig van de ervaren hand van de aannemer/timmerman/metselaar zelf.               Johannes Jacobus Wesseling jr., geboren te Haarlem op 27 april 1882, kwam vanuit Amsterdam, waar hij leraar was aan de 2e Ambachtsschool, naar Zierikzee toen hij in mei 1914 door de gemeenteraad van Zierikzee was benoemd tot directeur van de avondschool voor vakonderwijs. Een jaar later volgde zijn benoeming tot directeur van de ambachtsschool aldaar. In 1917 werd in het gebouw van de ambachtsschool aan het Vrije een tentoonstelling gehouden van de inzendingen van de prijsvraag voor een ontwerp van een nieuwe wijk ter uitbreiding van het dorp Oosterland. Zijn ontwerp “Tuindorpswijk” werd uitverkoren. Hij was in Zierikzee tevens actief als architect. Wesseling heeft slechts enkele jaren in Zierikzee gewerkt. In 1919 vertrok hij met zijn gezin naar Amersfoort.                                                  Gerrardus Poldermans (1861-1951) was bouwkundige en taxateur. Hij kwam in 1899 uit Ellemeet naar Zierikzee, waar hij zijn leven lang bleef wonen. Poldermans was in de jaren 1890 eerst als agent en later tot 1 juli 1928 als bouwkundig inspecteur werkzaam bij de ‘Zierikzeesche Brandwaarborgmaatschappij van 1824’. Naast zijn inspecteurschap was hij ook als particuliere bouwkundige werkzaam. Na zijn eervol ontslag in 1928, vestigde hij zich te Zierikzee als zelfstandig bouwkundige en taxateur, zoals blijkt uit verschillende berichten in de Zierikzeese Nieuwsbode. Zo was hij als kerkvoogd van de Nieuwe Kerk te Zierikzee bij werkzaamheden aan de kerk betrokken. Aan het herstel van de korenmolen “De Hoop” in Zierikzee in 1933 gaf hij leiding. Het ontwerp van het in 1937 geopende nieuwe gebouw van de Nutsspaarbank te Zierikzee is van zijn hand.                                                      Arnoldus Jacobus Ilcken (1891- 1979) werd op 5 juli 1891 te Baarn geboren. Hij kwam in september 1919 naar Zierikzee waar hij was benoemd tot ingenieur van het Waterschap Schouwen. Hij was tevens werkzaam als bouwkundige/architect. In 1923 werd hij benoemd tot bestuurslid van de ‘Vereeniging De Ambachtsschool’. In 1929-1930 werd naar zijn ontwerp tegenover het tankstation bij Zierikzee een enorme watertoren gebouwd met een groen koperen koepel en een reservoir van 500 m3 die echter geen lang leven beschoren was: op 19 februari 1945 werd hij door de bezetter opgeblazen. In 1932 kwam Ilckens tweede vrouw naar Zierikzee. Dit was de elf jaar jongere Duitse kunstschilderes Hildegard Helena Anna Andereija (1902-1988), afkomstig uit Hatingen a/d Ruhr. Zijn leven nam in die tijd een dramatische wending. Hij werd fervent lid van de NSB, trad zelfs toe tot de Waffen SS. Ilcken werd in 1950 voor zijn dienst aan de vijand in cassatie tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Het was kennelijk lastig hem maatschappelijk te omzeilen. Hij werkte in de jaren dertig als bouwkundige en verkreeg opdrachten uit zijn Zierikzeese kennissenkring. In 1937 werd hij benoemd tot commissaris van de NV de Concertzaal, die de schouwburg in de Paardenstraat exploiteerde. In 1923 benoemd als lid van het bestuur van de Vereeniging ‘De Ambachtsschool’ te Zierikzee, werd hij nog in 1942 herbenoemd. Hij werd later als bestuurslid geroyeerd. Op grond van het Zuiveringsbesluit 1945 werd hem ontslag verleend als ingenieur van het Waterschap Schouwen. Hij overleed in ’s-Gravenhage.                Gerhardus Knuttel (1880-1961) studeerde bouwkunde aan de TU in Delft. Tot 1940 was hij werkzaam als leraar aan de Academie voor Beeldende Kunsten en de Middelbare Technische School voor Bouwkunde in ‘s-Gravenhage. Daarnaast werkte hij als architect, auteur en graficus. Als architect heeft hij onder meer de huidige rijksmonumenten Huize de Hondsrug in Haren en de villa aan de Dr. Nassaulaan 20 in Assen op zijn naam staan. Als auteur werd hij vooral bekend door het boek Bouwkunst: beknopte ontwikkelingsgeschiedenis van 3000 j. v. Chr. tot heden, waarvan de eerste druk in 1935 verscheen en de achtste (herziene) druk na zijn dood in 1962.                                                Jo Limburg (1864-1945) was een vooraanstaande Haagse architect. Hij werd in de jaren 1888 opgeleid aan de Polytechnische School te Delft. Naast zijn werkzaamheden als architect in Den Haag vervulde hij vele nevenfuncties in verschillende commissies. Hij bouwde villa's, kantoor- en bankgebouwen, complexen van arbeiderswoningen en verder een kazernecomplex alsmede een school. Al in zijn vroege werk is onmiskenbaar een streven naar monumentaliteit zichtbaar. Tot 1914 staat zijn werk sterk onder invloed van H.P. Berlage. In zijn werk legde Limburg een voorliefde voor heldere bouwvolumes aan den dag, waarbij hij kubusvormige en cilindrische elementen aaneenschakelt. Invloeden van het kubisme en De Stijl zullen Limburg in die richting hebben geïnspireerd. Limburgs kubisme moet evenwel vooral gezien worden als een tot een uiterste versobert classicisme, dat in wezen de rode draad vormt in zijn oeuvre.                                                                         Frans C.J. Dingemans (1905-1961), zoon van het kunstschildersechtpaar Waalko Jans Dingemens sr. en Hendriëtte Gezina Numans, ontwikkelde zich tot een bekende Nederlandse architect en stedebouwkundige. Na de HBS in Gorinchem werd hij van 1921 tot 1927 opgeleid aan de T.U. Delft. Naast zelfstandige architect was hij ook in dienst van verschillende architectenbureaus. In de jaren 1928-1930 werkte hij bij de bureaus van Willem Dudok en Johannes Andries & Leendert Cornelis van der Vlugt jr.. In 1931, in dat jaar te Haarlem gehuwd met Antonia Caroline Hoog, vestigde hij zich als zelfstandig architect in Haarlem en werkte onder meer aan landhuizen in Heemstede, Aerdenhout en op Schouwen-Duiveland. Op Schouwen hebben ongetwijfeld de vele contacten van zijn ouders met vrienden en kennissen ertoe geleid dat hem, de jonge veelbelovende architect, Schouwse ontwerpopdrachten werden verstrekt. In zijn ontwerpen toont hij zich traditionalistisch: stijlvolle huizen met een elegant, landelijk karakter. Mooie voorbeelden van zijn werk zijn het huis Schouwenburgh aan het Duinwegje te Burgh, het Meezennest aan de Kampweg en Weskenshage en Weskenshout aan de Lageweg nrs. 34 en 32  te Westenschouwen. In 1942 werd hij te Maastricht benoemd tot directeur van de Dienst Stadsontwikkeling. Vanaf 1951 was hij de stadsarchitect van Maastricht, waardoor hij zich geheel op het ontwerpen kon richten. Hij werkte tevens als particulier architect. Frans Dingemans overleed er in januari 1961 vrij onverwachts, slechts 55 jaar oud. Zijn broer ir. P.H. Dingemans (1910-1970) werd eveneens architect. Naast zijn werk te Utrecht werkte hij op Schouwen ondermeer aan de restauratie van de Nederlands Hervormde Kerk te Renesse, reconstrueerde de toren van de Nederlands Hervormde Kerk te Burgh en ontwierp de nieuwbouw van het helaas weer verdwenen hotel-restaurant Het Wapen van Burgh. Beide broers hebben een zoon die het beroep van hun vader hebben voortgezet: een ware dynastie.


 

De vergunningverlening.
Opvallend is hoe snel de bouwvergunningverlening bij de gemeenten Burgh (ten zuiden van de Hogeweg/Kraaijensteinweg/Toledo’s pad) en Haamstede (ten noorden hiervan) in die dagen verliep: men kende elkaar, de lijnen waren kort, het was meestal een kwestie van enkele dagen. De gemeentelijke adviseur, de architect Joh. Hoogenboom te Renesse, die met zijn collega Heule daar en in Deventer een architectenbureau had, verschafte prompt een oordeel over het bouwplan en de gemeentelijke opzichter P. Hanson kon al spoedig aan B&W zijn positieve advies geven. De plaatsaanduiding van de vergunde bouwprojecten was, afgezien van kadastrale gegevens, wisselend. Veelal werd een globale aanduiding gebruikt als ‘in de duinrand’, ‘in de duinen’, ‘aan de duinvoet’, ‘aan de Kampweg’, ‘aan de Duinweg’, ‘aan de Toledo’sweg’. De adresgegevens bestonden uit de aanduiding Burgh, letter A gevolgd door ter plaatse niet logisch opvolgende nummers. Dit was ook minder nodig: alle huizen droegen een algemeen bekende eigen naam. Je zat ‘op De Houtsnip’ of verbleef ‘in De Bergeend’. Deze huisnamen waren veelal ontleend aan de plaatselijk natuur. Planten zien we in: De Abeelen, Duindoorn, Wilde Roos, Ribes, Lijsterbes, Meidoorn en Kamperfoelie. Dieren vinden we in:  De Houtsnip, naar een geschoten ‘doublet snippen’, jachtsucces van de bouwheer, De Wielewaal, De Kolle, dit is zeekolle of zeemeeuw). Bijzondere locaties zijn verwerkt in: Schuilhoek, waar voorheen de koeien schuilden,  Duinhuys, Kamphuys, De Wijde Blick. Romantische fantasie leidde tot: Zonnehuis, Zeedraak, De Stolpe, referte aan de knusse stolpboerderij, Klein Hoeve en Scoude, een middeleeuwse variant op de naam Schouwen. Er was aanvankelijk geen werkelijke openbare weg langs de duinen. De huidige Hogeweg-Kraaijensteinweg heeft in vroeger jaren verschillende benamingen gekend: tot aan de Haaijmansweg de weg van Burgh naar Westenschouwen, en daarna Duinweg(je), Toledo’sweg(je). Deze liep als karrenspoor tot over het thans afgesloten duinpad Toledo’s pad rechtdoor naar het strand. De Toledo’sweg werd pas in de jaren dertig in een grote bocht doorgetrokken naar het einde van de huidige Steenweg. Daar werd bij de trap naar het strand de rotonde gevormd. De weg werd, eenmaal beklinkerd, verheven tot Provinciale weg. Oorspronkelijk liep de toegang van het dorp Westenschouwen vanuit Burgh over de Hogeweg, Haaijmansweg en Lageweg. Vanuit Westenschouwen liep de huidige Steenweg eveneens als karrenspoor rechtdoor naar de trap naar het strand.


 
De komst van de zomerhuizen.
In de onderzochte periode kwamen de volgende zomerhuizen in Westenschouwen tot stand. De huizen in de duinen werden zowel links (De Vlinder, De Hut, Duinhuys, Zeedraak, Weskenshil, Casula Nostra) als rechts (De Kolle, Duindoorn, De Wijde Blick, De Abeelen, Zonnehuis, De Houtsnip) van de trap naar het strand gebouwd: na de oorlog was slechts rechts van de trap (her-)bouw toegestaan. Vrijwel alle huizen waren wit gesaust, hadden rode pannendaken en groengelakte ramen met luiken. Regenbakken en grondwaterpompen leverden het benodigde water. Verlichting werd, totdat de elektriciteit kwam, met olielampen en kaarsen verzorgd. Veel van de bouwheren hadden een directe band met de Westhoek. Zij woonden en werkten op Schouwen, met name in Zierikzee, hadden er familiebanden of hadden er gewerkt.

1.    De Houtsnip

houtsnipa
Het eerste buitenhuis dat in Westenschouwen verscheen was het jachthuis De Houtsnip, dat gevorderd als Duitse commandopost de tweede wereldoorlog min of meer doorstond, maar helaas in 1975 alsnog onder de slopershamer is gevallen. In 1918 bouwden de Zierikzeese bankdirecteur Edzard Jacob Gelderman (1881-1940) en zijn vrouw Johanna Maria de Crane (1887-1961)  dit charmante huis aan het ‘Duinwegje’, zoals het karrenspoor naar het strand toen werd genoemd. Het lag rechts van de huidige ingang naar de Domeinen op een perceel ‘bosch en weiland’ dat Edzard Jacob kocht van Barteld Boot Janszn, landbouwer op Toledo’s hoeve. Het huis werd gebouwd op een vrij hoog duin begroeid met duinstruweel. In die tijd waren de duinen van de Westhoek nog grotendeels blank. De bebossing nam pas in 1923 een aanvang. Het jachthuis De Houtsnip, zoals ook het hierna te noemen zomerhuis De Abeelen, was dan ook tot in de verre omtrek te zien. Op aanvraag van 20 maart 1918 werd de bouwvergunning op 22 maart daaraanvolgende verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente Haamstede. Op 3 mei  werden ‘de eerste steenen’ gelegd door hun zoon Arnold Christiaan en dochter Anna Marie. Het ontwerp was van de hand van de bouwkundige Johannes Jacobus Wesseling jr. De keuze voor hem laat zich eenvoudig verklaren. In 1916 was hij met ir. Cornelis Lodewijk de Vos tot Nederveen Cappel, ingenieur bij het Waterschap Schouwen, als bouwmeester betrokken bij de vernieuwing van het bankgebouw van de Nationale Bankvereniging en het woonhuis van de bankdirecteur Gelderman aan de Oude haven, thans het Havenpark nrs. 21 en 23. De Houtsnip werd gebouwd door Pieter Romeijn. De landelijke stijl van het huis sloot nauw aan bij de smaak van die tijd: een rechthoekig, wit gesaust bakstenen huis met een eerste verdieping onder het zadeldak, gedekt met rode oud-hollandse pannen, een klokkenstoel op de nok van het dak. De ramen met kleine roedeverdeling waren donkergroen gelakt en hadden donkergroene blinden met een rood-wit zandlopermotief aan de binnenzijden. Ook binnen waren de deuren, voorzien van antieke messing deurknoppen, en de plafondbalken donkergroen. De schoorsteenmantel was van donkergroen geglazuurde bakstenen gemetseld en van een geelkoperen rookkap voorzien. Er waren heuse bedsteden. In 1926 werd er een dubbele garage met bovenwoning bijgebouwd en in 1932 een betegelde tennisbaan aangelegd. In de jaren dertig vond nog een aantal stevige verbouwingen plaats waarbij de bouwkundige A.J. Ilcken en de metselaar Karel Lemsom, de timmerman L.C. Bom, de aannemer N.J. Bijkerk en de schilder W. Blok waren betrokken. De garage werd na de oorlog als het zomerhuis De Bergeend in gebruik genomen en werd in de zeventiger jaren door een nieuwe eigenaar verbouwd tot het huidige paradijselijk gelegen woonhuis van die naam.


 

     2.     De Abeelen

deabeelena
Eind mei van hetzelfde jaar 1918 werd aan de Belgische kunstschilder Alfons Blomme (Roeselaere 1889-Roeselaere 1979), op dat moment wonende te Nuenen, vergunning verleend voor het bouwen van een houten zomerhuis ‘aan het einde van de Duinweg’. Blomme was met zijn schildervriend Eeckman per fiets naar Schouwen gekomen op zoek naar een goede schilderomgeving. Ze kampeerden aanvankelijk in de duinen, maar dat was toch net te weinig comfortabel. Bevriend geraakt met de boer Kees Boot, mochten ze bij hem op zolder van de hoeve Duinoord overnachten. Vervolgens huurden ze een huisje. Op zekere dag kregen ze bezoek van de gefortuneerde bruggenbouwer Begemann. Hij raakte onder de indruk van de Schouwse natuur en werd bevriend met Blomme. Begemann wilde er een huis bouwen en de kunstschilder daarin ruimte bieden. Blomme mocht er het hele jaar gebruik van maken. Begemann wilde er slechts een zomermaand per jaar vacantie houden. Blomme huurde daarop een stuk duingrond van Kees Boot, dat hij later kocht. Er groeiden ruimschoots zilverpopulieren of abeelen. De ca 3000 m2 werden door Boot met grote stappen op klompen uitgemeten. De grondvesten werden in steen uitgevoerd en daarop kwam een houten huis met dubbele met turf gevulde buitenmuren. Bij de aanleg werd rekening gehouden met de mogelijkheid de buitenwanden te verstenen. Dit gebeurde uiteindelijk in 1932. Het huis werd in Nuenen door de aannemer Smits ontworpen, in onderdelen gefabriceerd en aangeleverd. Begemann betaalde. Later deed hij het huis voor een habbekrats aan Blomme over. Het werd het huis De Abeelen dat tot de afbraak in maart 1943 halverwege links van het Toledo’spad heeft gestaan. Het huis werd gebouwd door de metselaar Karel Lemsom, onder bouwkundig toezicht van de voornoemde bouwkundige J.J. Wesseling jr. te Zierikzee. Met de laatste was Blomme goed bekend. In 1916 mocht hij zijn werk tentoonstellen op de Bazar die in de ambachtschool van Wesseling te Zierikzee werd gehouden en waar hij liefst alle 42 getoonde schilderijen verkocht. Na de oorlog heeft Alfons Blomme, wonende in de Villa Memling aan de Zeedijk te Den Haan (België), aanvankelijk verzocht zijn herbouwplicht voor De Abeelen te mogen verplaatsen naar Cadzand omdat deze plaats voor hem, mede gelet op zijn leeftijd, makkelijker bereikbaar was. Hij verkreeg in 1954 de gevraagde toestemming maar heeft uiteindelijk toch op de plaats van De Abeelen door de aannemer Bijkerk-Steur onder leiding van de Zierikzeese architect L.H.A. de Jonge in 1957 een nu nog bestaand nieuw huis laten bouwen.  


 

3.    Scoude
In het jaar daarop, 1919, kwamen in Westenschouwen op initiatief van twee Rotterdammers twee nieuwe zomerhuizen tot stand. In mei van dat jaar kreeg dr. K.A. de Raaf uit Rotterdam vergunning om aan de Lageweg nr. 36 een zomerwoning te bouwen. Het was een geavanceerd ontwerp in gewapend beton. In de Zierikzeese Nieuwsbode van 4 juli 1919 wordt bericht dat het gebouw uit betonplaten is samengesteld en als een paddenstoel uit de grond verrijst. Van dit nieuwe type had de ontwerper en aannemer fa. P. Klootwijk te Rotterdam  met goed resultaat huizen gebouwd in Rotterdam, Nijkerk, Ermelo, Hillegersberg en Leidschendam. Dit was het witgesauste huis Scoude, gelegen aan de Lageweg 36 naast de weide van de Meypacht. Het werd in 2011 afgebroken en onlangs vervangen door een nieuw zomerhuis in een heel andere bouwstijl.


 

4.    Duinhuys
hetduinhuisa
In september 1919 verwierf een andere Rotterdammer vergunning voor het bouwen van een zomerhuis ‘aan de duinvoet’ van Westenschouwen. Dit werd het Duinhuys, dat boven de rotonde, links van de trap naar het strand was gelegen. De aanvrager was de in Brouwershaven geboren Jan van de Wall (1877-1945), in die tijd wijnhandelaar te Rotterdam. Zijn jongere broer ir. Marinus Emmarikus van de Wall was bouwkundig ingenieur en landhuisarchitect. Mogelijk heeft hij het ontwerp voor dit zomerhuis vervaardigd. Jan van de Wall emigreerde in de crisisjaren naar Zuid-Afrika. Het huis werd in de jaren 20-30 blijkens advertenties in de Zierikzeesche Nieuwsbode verschillende malen te koop aangeboden. In 1937 verkreeg de nieuwe eigenares mevrouw E.M. (later: Prins-) baronesse Schimmelpenninck van der Oye uit Wassenaar, vergunning voor enige verbouwactiviteiten. Het ontwerp van de verbouw van het huis is van de hand van de architect Frans J.C. Dingemans en het werd uitgevoerd door Karel  Lemsom. In oktober 1939, in de tijd van de oplopende oorlogsdreiging, vroeg en verkreeg de eigenares vergunning voor het bouwen van een garage tevens schuilkelder bij het huis. Het heeft niet mogen baten: het geheel werd in maart 1943 op last van de Duitse bezetter met de grond gelijk gemaakt en nadien niet meer herbouwd. Het echtpaar Prins heeft na de oorlog nog enkele jaren een door de Duitsers daar gebouwde bunker als zomerhuisje met de naam De Zeven Konijnen in gebruik gehad, totdat ook deze in de jaren zestig werd opgeruimd. De herbouwplicht c.q. rijksbijdrage voor de wederopbouw en volkshuisvesting voor het verdwenen Duinhuys werd verplaatst naar een perceel aan de Steenweg nr. 10 , ten westen van de ingang van ‘De Kure’, waar op een vergunde bouwaanvraag van 12 april 1954 door de aannemer C.A. Prince een nieuw huis naar ontwerp van de architect ir. F.H. Klokke te Middelburg werd gebouwd. Hier woonde de familie Bouwman-Boot, die de huisnaam De Wielewaal van hun eerdere woning aan de Steenweg, thans Dubbel Zes, meenam.  

5.    Zeedraak
In maart 1922 verkreeg prof. ir. Joost Hudig (1880-1967), Rotterdammer van geboorte en werkzaam aan de Universiteit Groningen, vergunning voor het bouwen van een buitenhuisje in de duinen bij Westenschouwen. Hudig was scheikundig ingenieur, botanist en werd hoogleraar landbouwscheikunde aan de Hogeschool te Wageningen.  De aanvraag werd gedaan door de timmerman Piet Romeijn, die het huis heeft mogen bouwen. Het ontwerp was van de hand van de architect Gerhardus Knuttel jr. Het werd het zomerhuis Zeedraak in de duinen ter hoogte van de Stekeldijk, links van de grote trap naar het strand. Een bekende bewoonster was Hudigs oudste dochter, de bekende prof. mr. Johanna Clementina (Han) Hudig (1907-1996), in 1938 inspectrice bij de kinderpolitie te Rotterdam, van 1947 tot 1977 (als eerste vrouwelijke rechter in Nederland) kinderrechter in de rechtbank Rotterdam en van 1957 tot 1972 buitengewoon hoogleraar Kinderrecht en Kinderbescherming aan de Universiteit Utrecht. Bij het huis werd in 1926 nog een rietgedekt stenen schuurtje gebouwd in opdracht van een bevriende relatie, mevrouw M.J. Mesdag. Ook de Zeedraak werd in maart 1943 op last van de Duitse bezetter afgebroken. Mevrouw Hudig wenste het zomerhuis niet te herbouwen en verkreeg in 1952 toestemming haar herbouwplicht c.q. de rijksbijdrage in het kader van de wederopbouw en volkshuisvesting te verplaatsen naar een perceel aan de Steenweg nr. 8, rechts naast de ingang van ‘De Kure’. Door de Middelburgse architekt ir F.H. Klokke werd ook hier een nieuw huis ontworpen, dat door de aannemer C.A. Prince werd gebouwd. Hier woonden vervolgens Marinus van de Weel en zijn vrouw Pietje Bom.   


 

6.    De Kolle

dekollea
In november 1922 werd aan Anthony Ribbens (1873-1963) te Zierikzee vergunning verleend voor het bouwen van een ‘landhuisje in de duinen’. Het werd het zomerhuis De Kolle, rechts van de trap naar het strand, schuin boven het latere hotel Zeelust. Ribbens was als opvolger van W.C. de Crane sedert 1917 directeur van de Zierikzeesche Brandwaarborgmaatschappij van 1824 - later de Algemene Zeeuwse Verzekeringsmaatschappij - en Correspondent 1e klasse der Nederlandse Bank. De ontwerper van dit zomerhuis was de bouwkundige Gerrardus Poldermans (1861-1951), die als agent en inspecteur van de Zierikzeesche Brandwaarborgmaatschappij van 1824 vele jaren met Ribbens samenwerkte. In 1934 werd het huis van een ‘loggia’ voorzien. Ook De Kolle heeft het oorlogsgeweld niet overleefd: in maart 1943 viel het huis in Duitse opdracht onder de slopershamer

7.    De Vlinder
Links van de grote trap naar het strand werden nog twee houten zomerhuizen gebouwd, die de oorlog evenmin hebben overleefd:  De Hut, en De Vlinder. Het zouden volgens de bouwtekeningen romantische bouwwerken moeten worden van Oostenrijkse herkomst, ontworpen en vervaardigd door ‘Holzbau Schönthaler – Silva”, de Vereinigte Holzbauwerke, Möbelfabriken und Sägewerke, vormals F. Schönthaler und Söhne aan de Theresianumgasse 17 te Wien IV. De levering zal geschieden door Rienk Bekkering, Van der Helststraat en Ruysdaelstraat 57 te Amsterdam, vertegenwoordiger voor Schönthaler in Nederland, Engeland, Frankrijk en België. Beide huizen zijn eveneens in 1943 op last van de bezetter afgebroken.
In augustus 1926 ontving Jeremias Marinus van Vessum, de exploitant van het hotel-pension “Zeelust”, vergunning voor het bouwen van een landhuisje in de duinen. Dit werd het houten huisje De Vlinder , dat links van de trap heeft gelegen. Van Vessum verkocht dit huisje later aan Marinus Doeleman, directeur van de Koninklijke Zeelandia te Zierikzee. De herbouwplicht is na de oorlog vervuld door aan de rechterzijde van de trap het huis De Kogge te bouwen.


 

8.    De Hut

dehuta
In 1927 werd voor hetzelfde perceel de bouw van een vergelijkbaar houten landhuisje van dezelfde leverancier vergund aan de landmachtofficier, kapitein C.J.A. Snorn, wonende aan de Stationsweg 53 te Ede. Dit werd het links van de trap, hoger in de duinen gelegen houten huis De Hut. De uitvoering van De Vlinder en De Hut is in werkelijkheid aanzienlijk eenvoudiger geweest dan de ontwerptekeningen doen vermoeden.


 

        8.    Weskenshil

weskenshila
In oktober 1926 verkreeg Lambertus Johannes van Vessem (1873-1941) vergunning tot het bouwen van een ‘woonhuis aan de duinen’ te Westenschouwen. Van Vessem was geboren in Brouwershaven, van waar ook zijn echtgenote Cornelia Theresia de Kater (1874-1968) afkomstig was. Van 1900 tot 1926 was hij gemeentesecretaris van Oosterland, voorts was hij dijkgraaf van het Waterschap Ooster- en Sirjansland en rentmeester van de ambachtsheerlijkheden Oosterland, Sir Jansland en Oostersteyn. De vergunning betrof het zomerhuis Weskenshil, wat links van de trap naar het strand hoog in de duinen schuin achter de Zeedraak gelegen. Voor het bestek tekende een zekere A. van Rooijen, wellicht de bouwkundige van die naam te Westkapelle. Het echtpaar Van Vessem-de Kater verhuisde in 1928 naar Den Haag. Weskenshil werd in maart 1943 op last van de bezetter afgebroken. Mevrouw Van Vessem had na de oorlog geen behoefte over te gaan tot herbouw van het zomerhuis. In 1953 hebben B&W van de gemeente Renesse mevrouw Van Vessem-de Kater bereid gevonden haar herbouwplicht en oorlogsbijdrage die zij in de gemeente Burgh heeft, ter zake van het afbreken van Weskenshil, over te doen aan de gemeente Renesse ten behoeve van de bouw van een nieuwe ambtswoning voor de burgemeester aldaar. Het gemeentebestuur van Burgh stemde in met het verplaatsen van deze herbouwplicht naar Renesse. Lambertus Johannes van Vessem, die in 1928 de garage van Edzard Jacob Gelderman  op het groentje van Westenschouwen had overgenomen, liet overigens in 1937 door Frans Dingemans een ontwerp maken voor een op die plaats te bouwen zomerhuis, dat niet werd uitgevoerd.  


 

9.    Hotel-Pension  Zeelust

zeelusta
In oktober 1926 verwierf Jeremias Marinus van Vessum vergunning voor het bouwen van een hotel-pension aan de rotonde, onderaan rechts van de trap naar het strand. Dit werd het Hotel-pension Zeelust, dat op 6 mei 1927 in aanwezigheid van vele gasten onder wie burgemeester en wethouders en de bestuursleden van de vereniging voor vreemdelingenverkeer met hun dames feestelijk werd geopend. In maart 1931 mocht hij zijn terras met een meter verbreden en in november van dat jaar werd hem vergund het terras te overkappen met een houten afdak, voorzien van eterniet golfplaten. Het is Karel Lemsom die de schets maakte en de werkzaamheden uitvoerde. In 1933 verkreeg Van Vessum vergunning voor het plaatsen van een automaat voor Van Houten Chocolade repen. Behalve het hotel-pension Zeelust waren er te Westenschouwen nog het pension Westenschouwens Welvaren van Leendert van der Zande en zijn befaamde dochters Kaatje en Kootje, thans De Olijke Tapper, en het in 1937 door W.J. Flohil gebouwde pension Zonneweelde, thans hotel De Zilvermeeuw, aan de Lageweg. Het hotel Zeelust werd in 1943 in opdracht van de bezetter afgebroken, ondanks een ‘deutschfreundliche’ houding van de eigenaar. Hij werd lid van de NSB, werkte voor de bezetter in dienst van de firma A.K. Giljam en zou de Hitlergroet hebben gebracht, waarvoor hij in 1947 door het Tribunaal Zierikzee tot een vermogensstraf werd veroordeeld. De fundering van het hotel is nog aanwezig en bevat thans een privé-zwembad


 

10.    Zonnehuis

 zonnehuis1-1933 2


Op 13 januari 1928 verleenden burgemeester en wethouders van de gemeente Haamstede vergunning voor de bouw van een woonhuis aan de Haagse toneelspeler Cor van der Lugt Melsert (1882-1969). Hij vierde met zijn tweede echtgenote Annie van Ees (1893-1970) triomfen op het toneel, met name met het Vereenigd Rotterdamsch Hofstadtoneel, waaraan hij van 1917 tot 1934 leiding gaf en later met het Nederlandsch Tooneel. Tijdens zijn optredens in de Zierikzeese Concertzaal in de Paardenstraat waren zij bij Edzard Jacob Gelderman, die tevens directeur van de Concertzaal was, te gast geweest op De Houtsnip en zodanig onder de indruk gekomen van de weidse natuur dat zij het voorbeeld van hun gastheer wilden volgen. Het Zonnehuis werd ontworpen door de bekende Haagse architect Jo Limburg en de bouw werd uitgevoerd door Piet Romeijn uit Burgh. Het huis stond aan de noordzijde van het Toledo’s pad, halverwege de duinen. Het moest eveneens in maart 1943 verdwijnen. De topgevelsteen met een stralende zon en de naam van het huis ligt ter plaatse, naast de in 1937 bijgebouwde garage die thans als zomerhuis is ingericht, als herinnering in de tuin.


 

11.    Casula Nostra

casulanostraa
Jannis Bernardus de Hullu verkreeg in december 1931 vergunning voor het bouwen van een huisje in een duinvallei te Westenschouwen. Kennelijk gebruikte hij het perceel al eerder om te kamperen: een jaar eerder verkreeg hij vergunning om er een ‘privaat’ te bouwen. Hij was sedert 1919 onderwijzer aan de ulo te Zierikzee, waar hij tot 1 april 1940, toen hij om gezondheidsredenen terugtrad, wiskundeles gaf. Het zomerhuisje betreft het niet in een vallei maar hooggelegen piepkleine Casula Nostra, vermoedelijk ontworpen en gebouwd door Karel Lemsom. Dit huisje is als enige van de duinhuizen in 1943 niet afgebroken. Mogelijk vond de bezetter dit ‘arendsnest’ om strategische redenen de moeite van het behouden waard. Het ligt nu als enige huis links van de trap paradijselijk hoog in de duinen, halverwege de weg naar De Punt


 

12.    Schouwse Kamp / De Os

schouwsekampa
De metselaar Karel Lemsom bouwde zo af en toe ook voor zichzelf, als kleine projectontwikkelaar, om daarna het bouwwerk te verkopen. Zo kocht hij op 21 december 1931 van Cornelia Quant, weduwe van Barteld Boot Janszn een perceeltje duingrond van 16 a. en 90 ca. gelegen aan de ‘Kantweg’, dit moet zijn de Kampweg, hoek ‘Stekeldijk’,  de oude inlaagdijk die onder de duinen verdwijnt en waarover het verkeer op de Kampweg van en naar De Punt rijdt. Voor de bouw van een duinhuis verkrijgt hij in januari 1932 vergunning. Het blijkt te gaan om het zomerhuis De Schouwse Kamp. Lemsom verkocht dit huis in juli 1932 aan de te Hattem wonende kunstschilderes Eleonora (Nora) Mees (1882-1960), dochter van Pieter Rudolf Mees en Eleonore Francoise Collins. In 1941 verkocht zij het huis aan haar broer, de Rotterdamse bankdirecteur Jacob Mees (1885-1970). In de oorlogsdagen is De Schouwse Kamp geruïneerd. Op de fundamenten van het verwoeste huis werd met behulp van een rijksbijdrage in herstel van de oorlogsschade door Jacobs dochter drs. Eléonore Francoise Teijchiné Stakenburg –Mees rond 1956 het huidige huis De Os neergezet. De nieuwe naam De Os is ontleend aan de enorme gevelsteen met de afbeelding van een os, afkomstig van de boerderij op het landgoed Langenhorst bij Wassenaar


 

13.    Duindoorn


In februari 1933 verkreeg mr. C.J.B. du Croo, advocaat te Zierikzee, vergunning voor het bouwen van een ‘landhuisje’ in de duinen. Het was ontworpen door A.J. Ilcken, adviserend ingenieur te Zierikzee, die ook de aanvraag verzorgde. Het huis betrof de Duindoorn dat ten zuiden van het Toledo’s pad in de duinen werd gebouwd. De aannemer is niet bekend. Ook dit huis sneuvelde in maart 1943 op bevel van de Duitse bezetter.


 

14.    De Wijde Blick / Zeemeermin

wijdeblicka
In maart 1933 verkreeg de arts dr J. Janzen, afkomstig uit Maassluis, later als huisarts werkzaam te Haamstede, vergunning voor de bouw van een ‘woning’ in de duinen van Westenschouwen. De aanvraag wordt verzorgd door Karel Lemsom. Het ontwerp is van de hand van Frans Dingemans. Het werd het hoog, links van het Toledo’s pad, gelegen huis dat de passende naam De Wijde Blick verkreeg. Ook dit huis is in maart 1943 op last van de bezetter afgebroken. In de jaren vijftig heeft de familie Janzen-van Waveren aan zijn herbouwplicht voldaan door een nieuw huis van de hand van Frans Dingemans meer naar het zuiden te bouwen. Het nieuwe huis, genaamd De Zeemeermin, met het kenmerkende lessenaardak, ligt halfhoog in het midden van de duinen tussen de grote trap en het Toledo’s pad, ongeveer ter plaatse van het afgebroken zomerhuis Duindoorn.


 

15.    Vijf huisjes van het hotel Bom te Haamstede: Wilde Roos, Ribes, Lijsterbes, Meidoorn en Kamperfoeli
Met de toename van het toerisme kwam ook een meer commerciële nieuwbouw opgang. De eigenaar van het hotel-pension en restaurant Bom te Haamstede, C.J. Bom, verkreeg in de zomer van 1933 vergunningen voor de bouw van de vijf witte zomerhuisjes, oorspronkelijk drie met een laag puntdak, twee daarachter gelegen met elk een hoog zadeldak: van noord naar zuid: Wilde Roos, Ribes, Lijsterbes, Meidoorn en Kamperfoeli.  Deze huisjes liggen nog steeds langs de fraaie weide van de Meypacht in Westenschouwen tussen de Kraaijensteinweg en de Lageweg. Deze huisjes, mogelijk gebouwd door de timmerman Willem Gilijamse, werden door de bezetter gevorderd om manschappen in onder te brengen. Daardoor hebben zij de oorlog overleefd.


 

16.    Schuilhoek

schuilhoeka
In juni 1934 werd aan de heer A.G. Stoon te Rotterdam, door burgemeester en wethouders van Haamstede vergunning verleend voor de bouw van een ‘landhuis’ op een perceel gelegen aan de ‘Toledo’sweg’. Dit werd het rietgedekte huis Schuilhoek, blijkens de bouwtekening ontworpen door de Haagse architect R.C. Versteeg, van wie vooralsnog geen verdere gegevens bekend zijn geworden. Het huis ligt thans links in de bosrand, links van de bocht in de Hoge Hilleweg. Dit huis werd door de bezetter als medische post ingericht en is de oorlog min of meer redelijk doorgekomen. Het huis is door de familie Stoon als zomerhuis gebruikt en de laatste jaren tot hun overlijden door de heer en mevrouw Stoon-Brusse permanent bewoond.  


 

17.    De Stolpe

destolpea
In augustus 1934 verkreeg mr. Cornelis Marinus Moolenburgh te Haarlem, vergunning voor de bouw van een ‘zomerhuis’ aan de Steenweg. Dit werd het nog bestaande huis De Stolpe tegenover de Camping Duinoord, vroeger gelegen aan graanvelden, thans naast de grote parkeerplaats bij de rotonde. Het ontwerp was van de architect Frans Dingemans en het huis werd gebouwd door Karel Lemsom. Ook dit huis werd door de bezetter gevorderd en als woonhuis voor manschappen gebruikt. Het huis is de oorlog redelijk doorgekomen. De bouwheer was van huis uit een Schouwenaar. Hij werd op 24 mei 1880 te Zonnemaire geboren als zoon van Cornelis Johannis Moolenburgh, heer van Elkerzee, en Krijna Johanna Hocke Hoogenboom. Na een carrière ‘in Holland’ is hij in 1945 als gepensioneerd Hoofdinspecteur der Belastingen met zijn echtgenote naar De Stolpe verhuisd. Moolenburgh was ook hier een actief man. Gedurende vier jaren was hij wethouder van de gemeente Burgh. Verder was hij voorzitter van de Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijke Zorg, lid van het dagelijks bestuur van de stichting Tehuis voor Oude van Dagen, Hoofdingeland van de polder Schouwen en de buitenbeheerpolder Burgh en Westland, lid van de dijkraad der waterkering van de calamiteuze Burgh en Westlandpolder. Landelijk was hij actief als bestuurslid van de vereniging van staten- en raadsleden van de VVD. Hij overleed in De Stolpe op 4 juli 1954, waarna het huis werd verkocht.


 

18.    De Wielewaal / Dubbel Zes

dubbelzesa
Aan het eind van 1934 verkreeg de metselaar Karel Lemsom vergunning om voor eigen rekening een ‘zomerhuis’ te bouwen op de hoek van de Kampweg en de Steenweg, naast mr. Moolenburgh. Dit werd het nog bestaande huis, oorspronkelijk De Wielewaal, dat thans als Dubbel Zes bekend is. In 1954 kochten de Tilburgse internist en directeur van het Elisabethziekenhuis, dr. J.B. Stolte en zijn echtgenote, dit zomerhuis voor hun gezin met zes dochters en zes zonen. Het echtpaar Jan M. Bouwman en Mina Bouwman-Boot dat het huis voordien bewoonde betrok een nieuwbouwhuis aan de Steenweg nr. 10 dat zij weer De Wielewaal noemden. Dit laatste huis is van de hand van de architect Ir F.H. Klokke te Middelburg en werd door de aannemer Prince te Haamstede gebouwd. Hierbij werd gebruik gemaakt van de herbouwplicht/rijksbijdrage van Mevrouw Prins-Schimmelpenninck van der Oye die haar werd toegekend als bijdrage in de schade voor de ‘sloping’ in 1943 van haar zomerhuis Duinhuys links van de trap naar het strand. Dubbel Zes wordt nog steeds door de familie Stolte zomerhuis gebruikt.


 

19.    Wilgenhoek / café-restaurant Zeelust

wilgenhoeka
Aan het eind van 1934 verkreeg Karel Lemsom vergunning voor het wederom in eigen beheer bouwen van een ‘zomerwoning’ bij de duinrand. Dit werd het zomerhuis Wilgenhoek, dat werd verkocht aan de Haamsteedse huisarts M.C.J. Pilaar en zijn echtgenote mevrouw A.A. Pilaar-Smit, die het vele jaren bezaten. Het huis bestaat nog maar is nauwelijks herkenbaar. In de jaren 60 heeft de familie Flohil-Verwest, die sedert 1937 aan de Lageweg het pension Zonneweelde, thans hotel De Zilvermeeuw, dreven, het zomerhuis Wilgenhoek gekocht en als horecagelegenheid ingericht. Zij doopten het om tot café-restaurant Zeelust, herinnering aan het verdwenen hotel van die naam.


 

 Klein Hoeve / Plak An / …
In 1935 verkreeg mr. Johannes Anthonie van der Mersch (1875-1957) te Driebergen vergunning voor de bouw van een zomerhuis aan de Kampweg. Het nog bestaande huis, Kampweg nummer 4,  werd geheel naar de geest der tijd Klein Hoeve genoemd. Het ontwerp van het oorspronkelijke huis is van de architect Frans Dingemans en werd gebouwd door Karel Lemsom. Van der Mersch was van 1914 tot 1920 als rechter aan de rechtbank te Zierikzee verbonden geweest en was er later enige tijd kantonrechter. De band met Schouwen zal bovendien zijn versterkt door het feit dat zijn echtgenote jkvr. Josina Petronella de Savornin Lohman werd geboren uit een Zierikzeese moeder, Hillegonda Christina Wilhelmina Cau. Later werd het huis, na verbouwing door de heer en mevrouw Wiggers-Janzen, waarbij aan de noordzijde een inpandige garage werd aangebouwd, Plak An genoemd.  


 

20.    Kamphuys / Meezennest

meezennesta
In 1937 werd aan de Tilburgse arts Cornelis Postma vergunning verleend voor de bouw van een zomerhuis aan de Kampweg nr. 2. Het huis, dat werd ontworpen door Frans Dingemans, werd Kamphuys genoemd. Het huis, gevorderd door de bezetter, raakte bij de bevrijding beschadigd maar kon worden hersteld. De familie Postma-Wefers Bettink verkocht het zomerhuis in 1953 aan de Rotterdamse bankier Jacob Mees, die het huis omdoopte tot het Meezennest. Het zomerhuis is nog steeds bij de familie Mees in gebruik


 

21.    Weskenshage en 22. Weskenshout


In 1937 verkreeg Alexander baron Schimmelpenninck van der Oye (1913-1942) te Wassenaar vergunning voor het bouwen van twee naast elkaar gelegen zomerhuizen van het Type A en het Type B. naar ontwerpen van Frans Dingemans.  Het Type A, het meest westelijk gelegen huis Lageweg nr. 34 werd Weskenshage genoemd, het oostelijk gelegen Type B aan de Lageweg nr. 32 werd Weskenshout genaamd. De beide huizen bestaan nog: het wit geschilderde Weskenshage is zeer herkenbaar, terwijl Weskenshout onzichtbaar achter groen verborgen ligt. Alexander Schimmelpenninck van der Oye en zijn zuster Emilie Marie (later Prins-)Schimmelpenninck van der Oye hadden Zeeuwse connecties doordat hun vader dr. Alexander Willem baron Schimmelpenninck van der Oye, geboren op kasteel Duivenvoorde te Voorschoten, onder meer heer van Oosterland, Sirjansland en Oostersteyn was. Frappant is de naamsverwantschap tussen deze huizen en het hiervoor genoemde Weskenshil, gebouwd door Lambertus Johannes van Vessem, dijkgraaf van het Waterschap Ooster- en Sirjansland en rentmeester van de ambachtsheerlijkheden Oosterland, Sirjansland en Oostersteyn. In Oosterland bevindt zich de villa Oostkenshil, in 1918 gebouwd door burgemeester J.C. van der Have en na de oorlog tot gemeentehuis ingericht. De naamgeving van genoemde huizen heeft ongetwijfeld te maken met vriendschappelijke en zakelijke banden tussen de verschillende heren.
Op de westelijke hoek van de Kraaijensteinweg en de ingang naar de Domeinen bevindt zich nog een klein huisje met de naam Duindoorn van de familie De Wette. In 1928 kocht de heer W.H. de Wette, biologieleraar en wonende in Huizen, uit grote belangstelling voor de bijzondere natuur van de Westhoek hier een stukje grond om te kunnen kamperen. Om gezondheidsredenen werd er begin jaren ‘30 een schuurtje op gezet om, min of meer clandestien, iets comfortabeler te kunnen overnachten. In 1936 wenste hij er een zomerhuis te bouwen naar een ontwerp van Frans Dingemans. Burgemeester en wethouders van Haamstede wezen het ontwerp echter af omdat het ontwerp slechts een oppervlakte van 230 m2  kende, terwijl een minimum eis van 400 m2 gold. Het perceel was daarvoor echter te smal. In 1936 wilde de eigenaar het perceel verbreden door een stuk grond aan de oostzijde van de Ontvanger der registratie en Domeinen te kopen. Dit werd hem echter geweigerd omdat daardoor de toegang tot de Domeinen te smal zou worden. Dit leidde ertoe dat van het bouwplan werd afgezien. Later kon door enige grondruil alsnog bouwruimte worden gerealiseerd. In 1946 werd met behulp van uit België afkomstig herbruikbaar bouwmateriaal het huidige huis door Karel Lemsom gebouwd. De heer De Wette vervaardigde zelf de gevelsteen Duindoorn.


 

De afbraak.
In 1942 werd begonnen met de aanleg van de Atlantikwall, een stelsel van Duitse vestingwerken langs de kust van West-Europa, van Noorwegen tot Spanje. In Nederland kwamen verdedigingsgebieden met kustbatterijen in de plaatsen Vlissingen, Hoek van Holland, Scheveningen, IJmuiden en Den Helder. De Atlantikwall moest een onneembare verdedigingslinie worden, voorzien van een lange reeks van vestingen, kanonnen, luchtweergeschut, mitrailleurs, drakentanden, prikkeldraad, antitankgrachten, gevechtsbunkers en mijnenvelden. De aanleg van de Altantikwall was aanleiding voor ‘Raümung’, de systematisch sloop van huizen en gebouwen langs de kust van Nederland. Hierdoor gingen niet minder dan 15.000 gebouwen verloren. De hele duinstrook werd er min of meer ernstig door beschadigd. Talloze bunkers werden aangebracht. Westenschouwen werd Sperrgebiet. Iedereen moest eruit. Men mocht de meest kostbare inboedelgoederen meenemen. De huizen werden met resterende inboedel door de Duitse mililtairen in gebruik genomen. In hun zeer gedetailleerde boek De Atlantikwal op Schouwen-Duiveland. Planning en realisatie 1940-1945 beschrijven Peter Heijkoop en Jeroen Rijpsma op boeiende wijze – ik volg hun relaas - de bezetting van Westenschouwen door de Duitse Marine-Seezielbatterie Westenschouwen Stützpunkt XXXXVI M.L. in het kader van de bouw van de Atlantikwal. Aanvankelijk werd Westenschouwen tot leichte Sperrbatterie ingericht. In de loop van de oorlog dit uitgebreid over een groot grondgebied en voorzien van diverse bouwwerken. De batterijstelling werd gebouwd in de duinen bij het huis De Wijde Blick, hoog gelegen tussen het Toldeo’s pad en de grote trap naar het strand. Er is weinig bekend uit het eerste oorlogsjaar, behalve wat gegevens over het vorderen van nabijgelegen zomerhuizen in mei 1940. Als eerste werd het huis De Abeelen van de Belgische kunstschilder Alphons J. Blomme op 29 mei gevorderd om de 2e compagnie van het Marinefestungspionierbataillon 313  te huisvesten voor de plaatsing van de batterij. De Abeelen  behoorde in 1943 bij de huizen die in opdracht van de bezetter werden afgebroken.  Het huis De Houtsnip en de daarbij gelegen woning met garage, na de oorlog De Bergeend genaamd, van de familie Gelderman-de Crane, gelegen aan de huidige Kraaijensteinweg, rechts naast de ingang naar de domeinen, werd als woning voor de batteriecommandant in gebruik genomen. Op de bij deze huizen behorende betegelde tennisbaan werden waakhonden gehouden. Het huis Schuilhoek van de familie Stoon aan de Hooge Hilleweg werd als medisch revier ingericht. Deze huizen ontkwamen aan de afbraakplannen van de bezetter. Verder werd in totaal een tiental huizen gevorderd, getuige een overzicht dat burgemeester Albert van Citters van Burgh in oktober 1940 maakte op verzoek van de Ortskommandatur Zierikzee. Uit de archiefstukken komen de vorderingen nauwgezet geboekstaafd naar voren. Op 15 november 1940 werd een eerste serie zomerhuizen geconfisceerd. De vijf zomerhuizen van de eigenaar van Hotel Bom te Haamstede, Meidoorn, Ribes, Kamperfoelie, Wilde Roos en Lijsterbes werden möbiliert beschlagnamt. Ook de naast elkaar gelegen zomerhuizen Weskenshage  en Weskenshout  van A. baron Schimmelpenninck van der Oye aan de Lageweg werden in beslaggenomen.  Op dezelfde dag werd ook het volledig ingerichte zomerhuis Wilgenhoek van M.C.J. Pilaar te Apeldoorn met bedden, dekens en linnengoed gevorderd. Het was gut möbiliert. Het sehr gut möbilierte zomerhuis Klein Hoeve aan de Kampweg, van de familie Van der Mersch-de Savornin Lohman te Zeist, het Duinhuys boven de rotonde, van freule Schimmelpenninck van der Oye, ook sehr gut möbiliert, ter rechterzijde van de trap naar het strand in de duinen gelegen zomerhuis De Kolle, van Anthony Ribbens, het ook daar gelegen gut möbilierte zomerhuis Duindoorn van de familie Du Croo-Vogelenzang werden gevorderd. Het ging maar door: ook De Wijde Blick van de familie Janzen-van Waveren – das Haus ist einfach möbiliert, noteert de teleurgestelde bezetter -  het sehr gut möbilierte zomerhuis Kamphuys aan de Kampweg, van de familie Postma-Wefers Bettink viel in handen van de Duitsers. Op 11 december 1940 werden het landhuis Zeedraak van de dames Hudig en Mesdag, in beslag genomen. In 1942 werd weer een aantal huizen kennelijk opnieuw gevorderd. Op 10 maart 1942 Wilgenhoek , De Hut en de Zeedraak. Op 18 april 1942 werd Casula Nostra genaast. Op  3 juli 1942 volgde De Stolpe. Op 13 juli 1942 volgde De Vlinder en het Hotel Zeelust  voor Unterkunft. De hotelier Van Vessum werd met zijn gezin in nood ondergebracht in het Kamphuys en verhuisde later naar de Weeldeweg in Burgh. In het voorjaar van 1943 werden de inwoners van Westenschouwen opgeschrikt door een zeer ingrijpende maatregel van de bezetter: de afbraak van enkele woningen en zomerhuizen ten behoeve van de kustverdediging. Deze al eerder genaaste huizen stonden in enkele gevallen in het schootsveld van de rondom verdediging van de batterij. Belangrijker nog was dat de woningen een mogelijke aanvaller ook dekking boden. De ondankbare taak om deze opdracht uit te voeren werd neergelegd bij de gemeenten, die hiertoe al in oktober 1942 de opdracht hadden gekregen van de Reichskommissar für die besetzten Niederländischen Gebiete. In de staf van de Reichskommissar Seys Inquart  was voor deze taak een speciale functionaris aangewezen: de Räumungskommissar Dr F. Wimmer. In december 1942 was ter voorbereiding van de uitvoering van de afbraakwerkzaamheden een vergadering georganiseerd in hotel Het Wapen van Burgh op de hoek van de Burghsering en de weg naar Westenschouwen. Tijdens deze vergadering gaven enkele van de aannemers aan dat zij de huizen hadden mogen bouwen en dat ze deze niet op deze manier wilden helpen afbreken. Er zat onder omstandigheden echter niet veel anders op. Niet iedereen had er bezwaar tegen, mede gelet op de hoge lonen die ervoor werden betaald. Het liep overigens niet zo vlot, want in maart 1943 moest de Duitse druk op de gemeenten worden opgevoerd met een nieuw bevel van de Räumungskommissar dat er ‘sofort’ met de afbraak een aanvang gemaakt moest worden en dat deze op 20 maart moest zijn afgerond. In de strijd sneuvelden de zomerhuizen het Zonnehuis (Van der Lugt Melsert),  De Abeelen (Blomme), Duindoorn (Du Croo), De Kolle (Ribbens), De Wijde Blick (Janzen), het hotel Zeelust (Van Vessum), De Vlinder (Doeleman), De Hut (Voorbeijtel-Bolle), het Duinhuys (Schimmelpenninck van der Oye), de Zeedraak (Hudig/Mesdag) en Weskenshil (Van Vessem).. Merkwaardigerwijs komt Casula Nostra, aan de Kampweg hoog in de duinen niet voor op de ‘pünktlich’ samengestelde Liste der in Westenschouwen abzubrechenden Häuser. Vermoedelijk had dit hooggelegen huisje weinig risico en groot voordeel voor de bezetter. Voor de gemeente kwam het werk dat met de afbraak verbonden was neer op het op de hoogte brengen van de eigenaren of bewoners van het bevel van de Räumungskommissar, waardoor deze in staat werden gesteld de meest kostbare zaken te bergen. Verder moest de gemeente zorg dragen voor het aantrekken van het personeel en het zorgen voor de coördinatie en toezicht tijdens de afbraak. Ook zorgde de gemeente voor de opslag van nog bruikbare materialen en inventaris. Later moest een schadeloosstelling kunnen volgen.

Tot slot.
Westenschouwen heeft zich na de oorlog als ‘badplaats’ verder ontwikkeld. De herbouw en herstel van de zomerhuizen werd na 1945 met rijkssteun in hoog tempo ter hand genomen. Westenschouwen raakte in trek, ook bij buitenlandse gasten. Met de komst van de vaste oeverbindingen ten gevolge van de Deltawerken is het eiland aanzienlijk beter en sneller bereikbaar geworden. Vele nieuwe zomerhuizen zijn gebouwd en recreatiemogelijkheden, kampeerterreinen en parken met recreatiewoningen, ingericht. Het is voller en – in het seizoen – drukker geworden, maar de structuur van Westenschouwen is grotendeels in stand gebleven en het bescheiden landelijke karakter is behouden.  


 

Bronnen en literatuur:
Gemeentearchief Schouwen Duiveland:
Krantenbank, met name de Zierikzeesche Nieuwsbode voor enige persoonsgegevens en informaties met betrekking tot Westenschouwen.
Archief gemeente Burgh: nrs 511 t/m 520 bouwvergunningen Burgh 1902-1943, nrs 511 t/m 520, nr. 521 Register van aanvragen bouwvergunningen 1906-1944, nr. 537 Stukken betreffende de door het Duitse leger gevorderde roerende en onroerende goederen en de schadeloosstelling hiervoor 1940-1942.
Archief gemeente Haamstede: nrs. 649 t/m 674  Bouwvergunningen Haamstede 1902-1942, nrs 773 Maandstaten van in beslaggenomen gebouwen in verband met schadeloosstelling 1940-1941.
Ileen Montijn Naar Buiten! Het verlangen naar landelijkheid in de negentiende en twintigste eeuw, Uitgeverij Sun, Nijmegen, november 2002
Boni van den Hove t’Iseghem, Alfons Blomme. Levenskunstenaar,…, 19..
Waalko Dingemans, De schildersfamilie Dingemans te Westenschouwen. Het begin van de twintiger jaren, in: Kroniek van het land van de Zeemeermin, Zierikzee 19..
Peter Heijkoop en Jeroen Rijpsma, De Atlantikwal op Schouwen-Duiveland. Planning en realisatie 1940-1945, Middelburg, 2010.
E. F.G.M. Gelderman, Een hart voor Schouwen. Herinneringen aan mijn grootouders Edzard Jacob Gelderman en Johanna Maria de Crane., in: Kroniek van het land van de Zeemeermin, Zierikzee 2010.

Service gebied vereniging

westenschouwen

Weerbericht

Strandweer
Westenschouwen
Meer strandweer in Westenschouwen

Welzijn

logoww15

Secretariaat en Penningmeester

Postadres Secretariaat
Lageweg 18
4328 RT  Westenschouwen
Email

Postadres Penningmeester
Hoge Hilleweg 37
4328 RA Westenschouwen
Email

Bankgegevens

Bankrekening Vereniging
Rabo bank : 1415.75.387
IBAN : NL35RABO0141575387
BIC : RABONL2U

K.V.K - A.N.B.I

Vereniging Westenschouwens Welvaren
K.V.K no: 20167051
Door de belastingdienst erkende A.N.B.I

­